In memoriam: de heer Louis De Busser (1995)

by

Begin september 1959 werd op het college de hogere cyclus opgericht. Het bestaande leraarskorps (met o.a. de heren Matthé, Uydens, Pater Plas, Broeder Gysels, Broeder Delang, Broeder Cool,...) moest bijgevolg dringend uitgebreid worden. Fier kon Broeder Overste J. Gysels de eerste leraar met een licentiaatsdiploma voorstellen: de heer Louis De Busser.

Zijn allereerste opdracht was natuurlijk de pas-opgerichte economische afdeling mee te helpen uitbouwen. Voor leerlingen en leraars lagen de eisen erg hoog. Werd het beoogde studiepeil niet bereikt, kon dat catastrofale gevolgen hebben voor de subsidiëring van de school en homologatie van de diploma's. Directeur Gysels zal wel héél duidelijk aan zijn nieuw-aangeworven leraars (de heer L. Busser en ook de heren L. Geerts, J. Verachtert, L. Matthé, R. Hofkens, H. Wouters, M. Wuyts, A. en L. Schryvers, enz.) uitgelegd hebben waar ze aan begonnen.

Het is in die sfeer van pionierswerk dat we de functie en de persoon van de heer De Busser moeten zien. Hij heeft deze pionierstaak meesterlijk en met een bijzondere eigen stijl aangepakt. Zijn lessen waren absoluut geen saaie aaneenschakeling van theorie en leerboekoefeningen. Hij had al meer dan voldoende ervaring uit de praktijk om te weten wat belangrijk is en wat niet.

Elk woord uit zijn lessen had een rijke inhoud. Het saaie vak boekhouden, handelseconomie en recht werd dankzij zijn spitsvondige humor vaak heerlijk om volgen. Dankzij zijn ervaring kon hij heel wat theorie toetsen aan de werkelijkheid. Dat maakt zulk soort vakken al heel wat aantrekkelijker. Men leert maar al te goed hoe onvoorspelbaar economie en financiën kunnen evolueren. Als oud-leerlingen konden wij in elke les zijn grote vakbekwaamheid ervaren. En werd het al eens rumoerig in de klas, kon hij de situatie met een kwinkslag gemakkelijk de baas. Ofwel deed hij lekker mee... Vestimentaire slordigheidjes, opgemerkt door de leerlingen, wist hij op een geestelijke manier uit de belangstelling te halen. (Denk maar aan dat "stoeferke")

Een economische geest is ook een praktische geest. Op een moment dat in het Belgisch parlement bv. het vennootschapsrecht grondig werd aangepast, vond de heer De Busser het niet nodig een heel handboek de laten studeren met wetten en reglementeringen die enkele weken later afgeschaft of voorbijgestreefd waren. Dus beperkte hij de leerstof van een volledig handboek tot welgeteld één lesuur: het lezen van de titels. Geen mens die er om rouwde.

Boekhouden, economie, recht: het komt heel dikwijls aan op de details. Dus is het een vak waar zeer ordelijk moet mee omgesprongen worden. "Dat is toch logisch, anders ziet ge het bos niet meer door de bomen" herhaalde hij enkele keren per les. De heer De Busser kende zijn vak door en door en kon zich daarom heel wat humoristische slippertjes veroorloven.

Van het vak aardrijkskunde had hij minder kaas gegeten. Toch heeft hij toen geluk gehad: de leerstof ging over "achttien economische mogendheden."

In 1978 eindigde zijn loopbaan op het college. Hij werd eerst opgevolgd door de heer M. Vissers en later definitief door de heer D. Laenens.

In de geschiedenis van het college zal de heer De Busser altijd als een belangrijke pionier beschouwd worden. De heer De Busser bracht vrolijkheid in de klas, in het leraarslokaal, in de school. Hij was een man die van 's morgens tot 's avonds plezier beleefde aan zijn dag en... de anderen deed meegenieten. Hij hield van humor en op elke vraag kende hij een raak en spitsvondig antwoord. Hij was ook een trouwe collega en toonde zich steeds nauw met zijn school verbonden, wat vooral tijdens de contestatieperiode duidelijk tot uiting kwam.

Zijn directeurs, zijn oud-collega's, zijn oud-leerlingen blijven hem zeer erkentelijk voor al het mooie dat zij bij hem mochten beleven.

Aan zijn echtgenote en zijn kinderen (waaronder meerdere oud-leerlingen) bieden wij in dankbaarheid onze innige blijken van christelijke deelneming aan.

Raymond Dupont in Het Beertje nr. 233 (september 1995)