Sint-Jan Berchmans in de 'Grootschole' (2021)

door

Op 13 augustus 2021 zal het precies 400 jaar geleden zijn dat de patroonheilige van onze school en bond overleed, de heilige Jan Berchmans. In het vorige Beertje kon u reeds een biografie van de heilige lezen. Omdat SJB-Malle een middelbare school is, willen we in deze bijdrage wat dieper ingaan op de middelbare schooltijd van de heilige Jan Berchmans. In de biografie kon u al lezen dan Jan vanaf 1613 – hij was toen 14 jaar – studeerde aan het Standonckcollege te Mechelen. Het Standonckcollege, opgericht in 1500 door Jan Standonck, was een school voor arme kinderen, fraters of bonefanten genoemd en stond onder het bestuur van de aartsbisschop, mgr. Hovius, die er zelf ook nog gedoceerd had. In de tijd van Berchmans sprak men over de Grootschole.

Rector Frans Van Ophem was nog maar pas in functie getreden (8 oktober 1612), toen Berchmans zich als leerling kwam aanmelden. Drie jaar zou Jan onder zijn bestuur de lessen volgen. De Grootschole lag op de Wollemarkt, achter de Sint-Rombouts-kerk, en liep door tot in de toenmalige Lechelstraat, nu Schoolstraat geheten. Boven de grote poort stond het veelbelovende opschrift in steen gebeiteld:

Arte probus, probitate pius, pietate beatus,
Ut vere fias, haec schola culta dabit. 1574.

(vert. "Door kunst wijs, door wijsheid vroom, door vroomheid gelukkig, dat waarlijk te worden zal deze uitgelezen school u geven.")

In de zomermaanden werden de lessen er van maandag tot zaterdag gegeven van 6-8, van 9-11, van 13-15, en van 16-18 uur. Van Allerheiligen tot 1 maart begon de eerste les om 7 uur, en eindigde de laatste les om 17 uur. Op zon- en feestdagen was er voor en na de middag een uur school en woonden de studenten tijdens de middag de preek in de Sint-Rombouts bij. In de vasten en de advent gingen de scholieren dagelijks naar de mis bij de O.L.Vrouwebroeders of de Minderbroeders. Het bijwonen van de mis veronderstelde echter niet het ontvangen van de communie of de biecht. Volgens art. 14 van het Reglement van 1578 was de scholaster gehouden “ses maels siaers allen de kinderen der scholen te bichten doen leyden met de meesters, te weten op den Aschdach na twee uren, voor Paschen, Sinxen, Ons-L. Vrouwen Hemelvaert, Alderheyligen ende Kersmisse ende op de selve vyf hoogtyden ook ten Hn. Sacrament des Autaers doen leyden, die by daer toe verstandich ende bequaem genoech kent; ende haerlieden neerstelyk leeren de manire van wel te bichten ende weerdelyk ten Hn. Sacrament te gaen”.

Jan Berchmans werd zeer waarschijnlijk bij de Tertia-Klas ingedeeld. Hoofdzakelijk gebruikte men daar voor het onderwijs de Latijnse spraakleer van Simon Verepaeus, een boek met spreuken en brieven van Cicero, Virgilius Herderdichten, de brieven van Ovidius, en het Griekse Rudimenta-boekje van de beroemde Diestenaar Nicolaus Cleynaert.

Artikel 12 van het hoger geciteerde schoolreglement geeft ons ook een inkijk in de manier waarop de orde en tucht onder de leerlingen werd bewaakt. Wie stout was, moest de meester “na syn verdienste, met woorden, plamaet, oft roede castyen”. (plamaet of palmaat: kaakslag) Maar ook buiten de school dienden de jongens zich te gedragen. Zo moesten de schoolmeesters de leerlingen “van achter volgen, oft op haar onversienste iwers verwachten, om te besien oft zy ook onderhouden de civiliteyt der maniren haer geleert ende geboden; ende oft zy ook Latyn tsamen spreken ende andere leges morales onderhouden”. Veel tijd om zich te misdragen zal kleine Jan wel niet gehad hebben, aangezien hij na de schooluren moest bijklussen om zijn studies te betalen.

In het voorjaar 1615 stond Mechelen in rep en roer. De snel groeiende orde van de jezuïeten had toestemming gekregen om zich in Mechelen te vestigen en er een rivaliserende middelbare school op te richten. Mgr. Hovius zag de nieuwe school als een bedreiging: hij vreesde concurrentie in roepingen voor zijn seminarie. Er ontstond grote rivaliteit tussen de voor- en tegenstanders, die zelfs op straat werd uitgevochten. De aartshertogen moesten persoonlijk tussenkomen om de vrede te herstellen. Dit leidde tot een jaarlijkse betoelaging van de Gootschole met 1000 gulden, alsook een vermanende ordonnantie om de rust te herstellen: “Die Mrs. van beede syden sullen vrintschap, ende correspondentie met elckanderen houden, eenen goeden yver in de Jonckheyt verwecken, ende neestelyck gaede slaen, dat die discipline niet twistich en worden, oft met kyven oft met vichten onrust in stadt maecken, ende ingevalle sulx geschiede, sullen die Autheurs sonder dissimulatie gestraft worden tot exemple van andere.”

Jan Berchmans was één van de scholieren die de Grootschole verlieten en zich inschreven in het nieuwe jezuïetencollege. Vermoedelijk was hij aangetrokken door de goede reputatie van hun onderwijs en bovendien was er in onze contreien toen een grote bewondering voor hun heldhaftige geloofsstrijd in Engeland. Tussen 1595 en 1615 stierven daar 11 Engelse jezuïeten de marteldood. Aangezien Jan één van de topstudenten van de Grootschole was, was de overstap olie op het vuur van het conflict tussen de bisschop en de jezuïeten. Eén van zijn leraars daar, Peter de Greeff, schreef later: “Jan Berchmans ging van het bisschoppelijk college over naar het onze, niet zonder de ontevredenheid van zijn meester en den Rector gaande te maken, waardoor een groote klove tusschen beide inrichtingen ontstond”.

Hoe het Jan Berchmans bij de jezuïeten verliep, zullen we in een volgende bijdrage bespreken.

Mathias Van Aken (94GRLA) in Het Beertje nr. 347 (juni 2021)

Bron: “De H. Joannes Berchmans”, K. Schoeters sj, uitg. Bode van het H. Hart, Alken, 1930