E.H. Louis Querbes

door

In 1960 vierde onze school feest! De eerste nieuwbouw met zes klassen op palen werd ingehuldigd met lange toespraken en verkleumde leerlingen die onder leiding van Jan Uydens een turnopvoering ten beste gaven. Onder de zes "paalklassen" kwam nieuwe "overdekte galerij" waar de leerlingen bij regen hun speeltijd konden doorbrengen. De eerste verdieping van het hoofdgebouw werd aangevuld met een balkon langswaar men vanuit de eerste verdieping rechtstreeks toegang had tot de nieuwe klassen.

Ongeveer tien jaar later, toen de heer L. Van Loo nog maar pas directeur was, kwamen er boven de paalklassen kamertjes voor de internen en op het gelijkvloers - de overdekte speelplaats - een studiezaal en een leeszaal (nu: twee klaslokalen). Ter vervanging van die overdekte speelplaats werd een luifel tegen de ganse lengte van het gebouw aangebracht.

Weer ongeveer tien jaar later kreeg gans het gebouw een naam: Querbes.

Hoe is men aan die naam gekomen?

Op 21 augustus 1793 werd in het Franse Lyon een zekere Jean Louis-Joseph Marie Querbes geboren als zoon van een kleermaker en een naaister. In die tijd heerste de Franse Revolutie in volle hevigheid.

Gedurende zijn kindertijd geraakte hij meer en meer onder indruk van de kerkelijke diensten en liturgie. Het fascineerde hem. Toen hij tien jaar was, deed hij iets zeer uitzonderlijk op die jonge leeftijd: op een stuk karton schrijft hij: "Ik doe gelofte van zuiverheid voor gans mijn leven."

In 1805 - de Franse Revolutie was ondertussen afgelopen - werd het koorknapenschooltje in zijn parochie opnieuw geopend. Daar vinden we de 12-jarige Louis Querbes terug. Reeds op zijn veertiende jaar werd hij uitgekozen om lid te worden van de "geestelijke stand". De jonge Querbes zette zijn studies voort en in 1812 behaalde hij een diploma in de letteren en filosofie.

Op 17 december 1816 werd hij tot priester gewijd en benoemd tot onderpastoor in de parochie van Saint-Nizier. Hij nam de leiding van het koorknapen-schooltje. Zijn grote belangstelling ging uit naar de kinderen, voor wie hij een goede opleiding en christelijke opvoeding enorm belangrijk vond.

Reeds op 29-jarige leeftijd werd hij benoemd tot pastoor van het dorpje Vourles, waar hij meteen keihard aan het werk ging. Hij richtte er een katholieke jongensschool en even later ook een meisjesschool op.

Om het niveau van deze scholen op peil te brengen, zorgde hij ook voor de opleiding van de leerkrachten. Hij organiseerde zelfs een soort normaalschool in zijn eigen pastorij. Tegelijk had hij ook meer dan voldoende aandacht voor de andere noden van zijn parochie. Hij stelde vast dat de priesters best wat hulp konden gebruiken.

Einde 1826 rijpte bij hem de idee om een congregatie te stichten. Dit werd een hele onderneming. Hij had hiervoor zowel een kerkelijke als een burgerlijke toelating nodig. En dat ging niet zonder slag of stoot. Zijn voorstel tot "Statuten" werd door beide overheden grondig onderzocht, gewijzigd, teruggestuurd, aangevuld, tot op 10 januari 1930 een koninklijke verordening verscheen die de "Association des Ecoles de Saint-Viateur" toelating gaf. De bisschoppelijke toelating erkende uiteindelijk ook de "Institution des Clercs de Saint-Viateur". De congregatie koos de heilige Viator als patroon, een zeer trouwe medewerker van de heilige Justus, bisschop van Lyon.

De congregatie groeide langzaam maar zeker. Er kwamen voldoende kandidaten voor het noviciaat. Pater Querbes, nog altijd pastoor van Vourles, zorgde voor de nodige huisvesting, voor een degelijke opleiding, voor verdere erkenning door de paus, kortom "Les clercs de Saint-Viateur" groeide gestadig aan en werd een grote congregatie. Er werden talrijke scholen gesticht, want dat bleef de hoofdbekommernis van pater Querbes. Ook moest gezorgd worden voor hulp en medewerking in de parochies: sacristie en altaardienst.

Ondertussen vinden we de congregatie ook terug in Canada, de Verenigde Staten, in Spanje, maar ook bv. in de Ivoorkust.

Waarom er catechisten van Sint-Viator in Belgiƫ gekomen zijn, is een gans ander verhaal. De anticlericale regering o.l.v. minister-president Combes verbood geestelijken om zich met onderwijs bezig te houden. Ze moesten ermee stoppen of naar het buitenland uitwijken.

De Catechisten van Sint-Viator vestigden zich o.a. in Molenbeek, Jette, en... Westmalle. Trouw aan hun stichter en mede door plaatselijk omstandigheden hebben zij hier ook onze school opgericht. Zij hadden er de leiding van tot einde 1966. Wegens gebrek aan nieuwe jonge geestelijken werd ons college toen overgenomen door het bisdom Antwerpen.

Het is dus duidelijk dat de naam Querbes mocht vereeuwigd worden in een van onze schoolgebouwen. Zonder hem en zonder zijn congregatie "De geestelijken van Sint-Viator" was ons college er misschien nooit gekomen.

Raymond Dupont